‘Alexa, put on some music to play a game to.’

Het was de eerste keer dat we bij deze Amerikaanse kennissen over de vloer kwamen en we waren verbaasd over de vanzelfsprekendheid waarmee Alexa, de ‘virtual assistant’ van Amazon, werd aangesproken. Alsof het een soort butler was. Ook de toch tamelijk specifieke opdracht voerde ze naar behoren uit: een paar seconden na het verzoek van onze gastheer klonk er een muzieksoort die ik niet anders zou kunnen beschrijven als ‘achtergrondmuziek voor wanneer je een bordspel speelt’ – niet te nadrukkelijk, instrumentaal, tijdloos, een tikje kneuterig.

In Nederland kenden wij tot dan toe nog niemand met een smart speaker of virtual assistant, maar in de VS had bijna iedereen die we kenden er een. Meestal stond het ding in de keuken op het aanrecht. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat mijn geliefde en ik Alexa een beetje eng vonden. Ik kan moeilijk aangeven waar mijn argwaan in eerste instantie vandaan kwam. Misschien werd die veroorzaakt doordat het eruit zag alsof je willens en wetens een stuk afluisterapparatuur van een kwaadwillende mogendheid in je eigen huis plaatste. Of misschien had mijn licht-neurotische drang naar materiecontrole er iets mee te maken. Feit is wel dat ik het een huiveringwekkend idee vind dat de algoritmes waarop deze virtuele assistenten draaien zelflerend zijn en voortdurend aan datamining doen. Ze registreren alles wat er gezegd wordt, ook wanneer het niet aan hen gericht is. Daardoor kennen ze hun eigenaren binnen een mum van tijd beter dan dat die zichzelf kennen. En als al je accounts gekoppeld zijn (let maar eens op wanneer je ergens online inlogt en je krijgt de suggestie om in te loggen met je Google- of Facebook-account), dan heeft dat weer gevolgen voor wat je als suggesties op streamingdiensten te zien krijgt en wat je verder ziet en leest op je eigen social media, in je nieuwsfeeds en elders online. Je komt dus gaandeweg in een gepersonaliseerde bubbel terecht, een silo, iets wat we vroeger gewoon ‘zuil’ zouden hebben genoemd. Dat is toch een angstaanjagende bijvangst aan deze technologie: zo komen basale verworvenheden als het vormen van een eigen mening zonder dat iemand anders je die door je strot duwt, redelijk onder druk te staan. Las je vroeger nog de krant, waardoor je in aanraking kwam met onderwerpen die je misschien niet zoveel zeiden, tegenwoordig krijg je in je nieuwsfeeds uitsluitend onderwerpen voorgeschoteld die bij je online-identiteit passen. Hetzelfde geldt voor de mensen die je volgt via social media. Wat je post of leuk vindt op social media heeft bovendien gevolgen voor gesuggereerde en gesponsorde content die ook al zo goed mogelijk op je smaak, interesses en persoonlijkheid is toegespitst. Dankzij datamining geven streamingdiensten als Amazon, Netflix of HBO je voortdurend suggesties voor andere titels die goed bij je passen. Het draagt allemaal bij aan het versterken van de bubbel.

Deze tendens is in de VS al wat langer aan de gang dan in de rest van de wereld, niet in de laatste plaats omdat hij er is ontstaan. En de geschiedenis heeft al uitgewezen dat veel trends in de VS ontstaan en daarna pas ‘de oceaan oversteken’. Deze bubbelvorming heeft er in de VS toe bijgedragen dat de polarisatie er in de samenleving momenteel bijna niet te onderschatten valt.

De journalistieke berichtgeving in de VS is de laatste jaren in hoog tempo gekleurder (ofwel ‘verzuilder’) geworden. Tegenwoordig ‘gelooft’ de rechtse kiezer alleen nog wat Fox News beweert en leest alleen de progressief georiënteerde burger nog de New York Times of Washington Post. Het probleem is dat die ‘eigen’ wereldbeelden steeds nadrukkelijker via alle andere kanalen bevestigd worden. Een katalysator daarvan is zo’n dataminende virtuele assistent als Alexa. Die is in de VS de afgelopen jaren vooralsnog een stuk populairder dan in Europa geweest. Tot en met 2018 zijn er wereldwijd ongeveer 75 miljoen smart speakers met virtual assistant verkocht, waarbij de VS met 39 miljoen exemplaren met afstand de eerste en grootste afzetmarkt vormde.

Onherroepelijk leidt dit vroeg of laat tot excessen. Kijk maar naar campagnebijeenkomsten van Trump, waar CNN-verslaggevers tegenwoordig vrijwel standaard worden belaagd door een op hol geslagen menigte: verslaggevers van verdachte media representeren ‘de ander’ en vormen in die zin een bedreiging voor hun online gevormde status quo.

De ‘angst’ voor ‘de ander’

Volgens een onderzoek van Now This Politics, is het aantal ‘hate crimes’ in de Amerikaanse grote steden met 18 procent toegenomen sinds Donald Trump president is geworden. Overal in de VS nemen geweldsincidenten tegen minderheden toe. De ophitsende retoriek van Trump legitimeert dit geweld in zekere zin.

Het klinkt wellicht als een Godwin, maar taferelen als het georkestreerde belagen van journalisten bij politieke bijeenkomsten, het ophitsen van leuzen scanderende menigten, in combinatie met de xenofobe taal die daarbij steevast gebezigd wordt, doen soms denken aan de donkerste perioden in de westerse geschiedenis. Zo beschrijft de historicus Saul Friedländer dat Hitler Joden steeds opnieuw als een actief en dodelijk gevaar neerzette. Hij hield zijn gehoor voor dat dit gevaar onschadelijk moest worden gemaakt, wat zoveel betekende als dat ze moesten worden uitgeroeid. Hitler heeft dat laatste zelf echter nooit letterlijk gezegd, in tegenstelling tot zijn volgelingen, met de bekende gevolgen. Het mag op het eerste gehoor vergezocht of overdreven klinken, maar in Hitlers retoriek over het gevaar van ‘de ander’, kun je een parallel trekken met Trump en zijn donkerbruine uitspraken over Mexicanen, vluchtelingen uit Midden-Amerika, moslims en andere minderheden. Ook zijn de kwalijke gevolgen ervan al enige tijd zichtbaar. Trumps tactiek, of beter gezegd, de tactiek van adviseurs als Steve Bannon of speechschrijvers en beleidsmedewerkers als Stephen Miller, bestaat op de eerste plaats uit het zaaien van angst, met behulp van nooit onderbouwde claims en leugens, onder een stelselmatig verkeerd geïnformeerde doelgroep die sowieso al angstig, om niet te zeggen bijna paranoïde is. Het verst ging en gaat Trump daarin misschien wel door vluchtelingen herhaaldelijk ‘moordenaars en verkrachters’ te noemen en over latino-immigranten te zeggen: ‘These aren’t people. These are animals.’ Een soortgelijke retoriek hanteert Trump in zijn uitingen over moslims. Hiermee ontmenselijkt hij deze groepen. Tijdens zijn verkiezingsrally’s, waarbij hij zijn publiek opstookt tot het scanderen van buitenissige leuzen als ‘lock her up,’ met betrekking tot Hillary Clinton, bezigt Trump steevast woorden van dezelfde xenofobe strekking. Bij een rally in Florida in mei 2019, vroeg hij zijn publiek met gespeelde wanhoop wat hij toch in vredesnaam met al die immigranten aan moest, waarop iemand uit het publiek riep: ‘shoot ‘em!’ Er werd hartelijk om gelachen en afgedaan als een grapje, maar de haat die Trump dagelijks zaait, laat zich moeilijk onderschatten. Tijdens een andere rally riep iemand uit het publiek: ‘we have a problem in this country; it’s called Muslims,’ waarop Trump goedkeurend knikte en terugriep: ‘Right! We need this question,’ zonder verder uit te weiden. En als het gaat om Trumps houding ten opzichte van vrouwen, hoeven we alleen maar aan het Hollywood Acces-busincident te denken.

En bij woorden alleen blijft het allang niet meer. Afgezien van het inreisverbod voor moslims en de nieuwe migratieregels, is sinds Trumps presidentschap het aantal meldingen van incidenten gericht tegen leden van minderheidsgroepen drastisch toegenomen, waarbij sommige aanslagplegers zoals die van het bloedbad in Christchurch, Nieuw-Zeeland, zich zelfs beroepen op hun bewondering van Trumps ‘idealen.’

Een ander praktijkvoorbeeld waarbij Trump en zijn team bloed aan hun handen hebben, zijn de onmenselijke opvangkampen voor asielzoekers van de douanedienst in de VS, waar de barbaarse praktijk van het scheiden van jonge kinderen van hun ouders plaatsvindt onder het juk van de gedachte dat dit afschrikwekkend zou werken. Kampbewaarders wordt tijdens hun training voorgehouden de immigranten niet al te zeer als ‘menselijk’ te beschouwen. De groteske jacht van ICE-agenten op illegalen in de VS onderschrijft dit beeld.

Het politiek bedrijven over de ruggen van tienduizenden onschuldige kinderen, getuigt van een gebrek aan ethisch besef dat moeilijk voor te stellen is. Maar opgehitst door Trumps generalisaties en hun lokale achterban, beschouwt een groeiend aantal opportunistische Republikeinen alle immigranten als een pot nat: of je nu werk zoekt of een genocide ontvlucht en je halve familie is uitgemoord, welkom ben je in de VS wat hen betreft allang niet meer. Het met droge ogen kunnen verantwoorden van dit soort barbaarse praktijken enerzijds, in combinatie met het verdedigen van de noodzaak ervan anderzijds, is een nieuw dieptepunt in de geschiedenis van de VS, daar valt verder weinig meer aan te duiden. Maar zolang Stephen Miller en Donald Trump nog op hun plek zitten en dagelijks hun leugens de ether in slingeren, zal er niets aan dit humanitaire drama worden gedaan. Een ruime meerderheid van de Amerikanen keurt dit beleid weliswaar af, maar slechts weinigen doen er werkelijk iets aan. Feit blijft dat gedurende zijn presidentschap steevast rond de 40 procent van het Amerikaanse electoraat achter Trump blijft staan. De geschiedenis zal moeten uitwijzen of de schuldigen uiteindelijk vervolgd zullen worden, maar het valt alleszins niet te verwachten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s